Wat is zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes komt bij ongeveer 1 op de 20 zwangerschappen voor, afhankelijk van de bevolkingsgroep. Zwangerschapshormonen werken insuline tegen waardoor de bloedglucosespiegel kan stijgen. Naarmate de zwangerschap vordert, zullen de hormoonspiegels hoger worden. Daardoor is voornamelijk in de laatste drie maanden een grotere kans op zwangerschapsdiabetes.

Er bestaat een grotere kans op zwangerschapsdiabetes als:
  • De moeder eerder een kind heeft gekregen dat meer dat vier kilo woog
  • Familieleden zwangerschapsdiabetes hebben (gehad)
  • Familieleden diabetes type 2 hebben (ouderdomssuikerziekte)
  • Bij voorgaande zwangerschappen zwangerschapsdiabetes is ontstaan
  • De moeder overgewicht heeft
  • De moeder ouder dan 35 jaar is.
Zwangerschapsdiabetes is meestal van voorbijgaande aard. Het betekent echter wel dat u een aanleg heeft voor het ontwikkelen van diabetes. Zodra de zwangerschapshormonen na de bevalling afnemen, normaliseert de bloedglucosespiegel meestal vanzelf. Na de zwangerschap vindt meestal nog een glucosecontrole plaats. Bespreek dit met uw behandelaar. De nuchtere bloedglucose is meestal geen goede graadmeter, wanneer zwangerschapsdiabetes vermoed wordt, is het gebruikelijk een glucosemeting te doen na de inname van een ruime hoeveelheid koolhydraten of een glucose tolerantie test te doen. 

Wat betekent dit voor mijn baby?

Bij zwangerschapsdiabetes is er een grotere kans op een zware bevalling of keizersnede, omdat het kindje groter is. Daarnaast komt een hoge bloeddruk vaker voor wat een grotere kans op zwangerschapsvergiftiging geeft. Een goede controle van de bloeddruk en de bloedglucosespiegel vermindert het risico op complicaties aanzienlijk.

Omdat het kindje gewend is geraakt aan hogere bloedglucosewaarden maakt het zelf meer insuline. Na de bevalling kan dit leiden tot lage bloedglucosewaarden bij het kindje omdat het lichaampje nog niet helemaal in staat is zelf de bloedglucosespiegel goed te regelen. De bloedglucosespiegel van uw kindje zal in ieder geval de eerste 24 uur na de bevalling heel regelmatig gecontroleerd worden.